woensdag 2 maart 2011

Huis te Merwede komt in volle glorie tot leven

Wie woonden er vroeger in het middeleeuwse Huis te Merwede? Hoe zag het huis er oorspronkelijk uit en hoe groot was het toen? Op deze vragen geeft Erfgoedcentrum DiEP antwoord met de tentoonstelling ‘Riddersporen. Herinneringen aan Huis te Merwede’. Het is een expositie waarin Huis te Merwede weer in volle glorie tot leven komt.

Al bijna 600 jaar staat het ooit stoere en machtige Huis te Merwede, als een verlaten ruïne aan de gelijknamige rivier. Eeuwenlang inspireerde de ruïne tot verhalen, schilderijen en prenten en riep herinneringen op aan lang vervlogen tijden. Dordtenaren van nu kennen hem vooral als plek voor een familiewandelingetje, om te picknicken en te zwemmen of je geheime liefde te ontmoeten.

Erfgoedcentrum DiEP is ook benieuwd naar úw herinneringen aan Huis te Merwede. Denkt u met nostalgie terug aan deze historische plek? Was het een plek waar u als kind vaak te vinden was? Was het een speciale plek voor u en uw geliefde? Of heeft u er zelfs uw eerste kus gekregen?  
Deel uw herinnering met ons en laat ons en andere geïnteresseerden ook ervaren hoe bijzonder Huis te Merwede vroeger was en nog steeds is. 
Mail naar communicatiediep@dordrecht.nl en laat hier uw herinnering achter. Deze wordt vervolgens op de blog geplaatst.


5 opmerkingen:

Erfgoedcentrum DiEP zei

Hallo,

Dit is mijn herinnering.
29 Januari 1954 op de verjaardag van mijn moeder (zij leeft nu nog en wordt 98), ben ik boven van het merwede huis gevallen en ik ging een maand het ziekenhuis in.

Ik was toen 14 jaar en niet wetende dat mijn vader als kraandrijver werkende bij het GEB. Energie Centrale Merwedehaven, kolen aan het lossen uit een binnenvaart schip.

Mijn vader zag iemand vallen, en iemand die zat te vissen in de kolenhaven kwam bij mij kijken op de grond en mij kende, rende terug om mijn vader te roepen dat ik het was die gevallen was.

Op naar het ziekenhuis met inwendige kneuzingen en sleutelbeen gebroken en lichte hersenschudding en linkerarm op 2 plaatsen gebroken.

Mvg.

DVermeulen

Nu 70 jr. dus 56 jaar later.

Erfgoedcentrum DiEP zei

HET HUIS TE MERWEDE.

Verhaal van mijn jeugd bij het Huis te Merwede.

Aan de zijkant van de muur die grenst aan het water is een kruisverband gemetseld in de steen waarneembaar. Men beweert dat er een fout in zit, maar of dat waar is? Vele jaren later zijn er in de openingen ten 1e een zware ijzeren deur geplaatst en de andere openingen met ijzeren balken afgesloten. Dus entree was niet meer mogelijk. Vele jaren later was op zondag dat de bewoners van de Staart gebruik maakten van de strandjes aan de Merwede. Ook door de jeugd die op vrijerspad ging, werden er veel afspraakjes gemaakt. Jaren later in 1947 was ik het klimmen in mijn kindertijd in de ruïne nog niet vergeten en klom daar op het kruiende ijs. Ik hoop dat in de toekomst er veel meer stadsgenoten daar naar toe trekken maar dan moet het wel gebruiksvriendelijker worden b.v. wat rustpunten (bankjes). Uiteindelijk is er in die omgeving nog veel meer te bezoeken. b.v. de Merwelanden.

Dit was mijn verhaal, Carolien de Roo.

Erfgoedcentrum DiEP zei

De herinneringen aan Huis te Merwede zijn machtig leuk. Wij speelden daar indiaantje met een zelfgemaakte pijl en boog. Ik was toen 8 jaar oud.
Mijn broer (die 4 jaar ouder was dan ik) klom samen met mijn neef door de ingang hoog in het Huis te Merwede, waar eens een deur was.
Ik durfde dat niet en riep ‘ik wil ook naar boven!’.
Ze hadden paktouw. Dat moest ik onder mijn armen doen en toen hesen ze me naar boven. Het touw brak net niet.
Mijn broer en neef stopten briefjes met hun naam in de voegen van de stenen.
Boven gekomen was de trap half weg dus kon ik niet verder.
Mijn broer ging wel verder, mijn neef ook.
Terug aan het touwtje ging het gelukkig ook goed.
Je kon ook via de fundering in het Huis te Merwede komen.
Maar dat dorst ik niet.
Veel hebben we daar genoten.
Met veel plezier zie ik terug op die tijd.

Hartelijke groeten,
JD Tuijtel.

Erfgoedcentrum DiEP zei

Mijn herinnering aan Huis te Merwede.

In de zomer mochten wij vroeger weleens een dagje naar het Wantijbad in Dordrecht. Ik woonde op de Westelijke Parallelweg in Zwijndrecht. ‘Wij’ zijn enkele buurtkinderen van rond 11 jaar oud. Het was eind jaren ’40 begin jaren ’50. (Ik ben van 1939).

Natuurlijk gingen we ook bij het Huis te Merwede spelen. Wat we daar deden weet ik niet meer. Het was denk ik spannend en er waren meer kinderen die daar kwamen.
Er waren ook jongens die bovenop de ruïne klommen. Hoe kwamen ze daar eigenlijk bovenop?
Ik ben er misschien twee of drie keer geweest. Of wij daar mochten komen van onze ouders weet ik niet meer, maar ik denk dat wij dat stiekem deden.
Waarschijnlijk hadden wij nooit toestemming gekregen om naar het zwembad in Dordt te gaan.

Op een keer, en dat is gelijk de laatste keer geweest, sprong ik over een slootje. Ik droeg bruine ‘college’ schoentjes met zo’n klepje bovenop. Een kostbaar bezit in die tijd.
O jee…! Ik sprong niet goed en kwam aan de zijkant van het slootje terecht. Mijn schoen schoot uit en werd direct in de modder gezogen. Wat een paniek! Hoe kon zoiets nu gebeuren?
Ik ben met mijn handen aan het graaien geweest in de modder. Ik kon de schoen wel pakken, maar kreeg hem bijna niet uit de modder. Mijn schoen werd alsmaar weggezogen.
In gedachten voel ik nog die taaiachtige modder tussen mijn vingers. Wat was ik bang, want ik zou zonder schoen niet naar huis durven. Gelukkig kon ik hem er uit krijgen.
Mijn benen zaten tot aan mijn knieën onder de modder. Wat was ik bang om zo thuis te komen. Mijn moeder zou hierover vast verschrikkelijk boos zijn.

Op de terugweg naar huis hebben wij bij de noodwoningen (op de Staart) bij iemand aangebeld om mijn schoen en benen schoon te maken. Mijn angst om zo vuil thuis te komen was groter dan de schrik om zomaar bij iemand aan te bellen. Ik mocht in de gootsteen staan, die volgens mij in de woonkamer was en kon zo mijn benen wassen.

Hoe het verder afgelopen is en hoe ik thuisgekomen ben, kan ik mij niet meer herinneren.

Ik ben nu 71 jaar, maar het Huis te Merwede staat nog steeds centraal voor mijn ‘grote’ avontuur. De foto’s en publicaties hiervan koester ik als aandenken hieraan.

H.J. Dubbelman-Verhagen,
Zwijndrecht.

Erfgoedcentrum DiEP zei

Huis te Merwede

Het was tijdens de bezetting door de Duitsers dat bij het Huis te Merwede opgravingen werden gedaan. Het moet geweest zijn in de jaren 1942-43.
De opgravingen werden verricht door vijf of zes mannen die tewerkgesteld werden in het kader van de ‘werkverschaffing’, een instituut om werklozen aan het werk te zetten zodat ze niet slechts van een werkloosheidsuitkering (de steun genoemd) moesten rondkomen.
Eén van die mannen was mijn vader, die ook al jaren als grondwerker had gewerkt in de Biesbosch. De mannen stonden onder leiding van een archeoloog, denkelijk iemand van de gemeente Dordrecht. Hij moet een geschikt figuur zijn geweest, want ik herinner me niet dat ik mijn vader ooit over hem heb horen mopperen. Dat zegt nogal veel, want de meeste ‘bazen’ waren naar zijn oordeel uitbuiters. Ja, hij was een fel rood gekleurde SDAP-er.
Het opgravingswerk was weinig enerverend, ofschoon er soms toch wel wat spanning was als er iets gevonden werd van enige betekenis. Maar op een dag, ik meen dat het op 31 augustus was, raakten de gemoederen wat verhit want één van de mannen merkte een grote nationale vlag op die vrolijk op het hoogste topje van de ruïne wapperde! Het rood wit en blauw was prachtig om te zien, want dat was lang geleden. Het tonen van onze driekleur was streng verboden, want het werd gezien als een vorm van verzet en daardoor levensgevaarlijk.
Aanvankelijk werd er uitbundig om gelachen en werd er geraden wie van hen dat gedaan kon hebben. Na een poosje echter werd het duidelijk dat geen van hen de dader was, dus als zo vaak lag de dader weer op het kerkhof. Beraadslagend werd besloten dat de grap lang genoeg had geduurd en dat, om te voorkomen dat zij de dupe ervan zouden worden, de vlag moest worden weggehaald. Slechts één van de mannen had het lef om in de ruïne te klimmen en schrijlings zittend naar het hoogste punt te schuifelen om de vlag omlaag te halen. Hij sneed het dundoek los, knoopte het om zijn hals en daalde voorzichtig omlaag. Weer terug bij z’n makkers werd hij met schouderklappen en gelach ontvangen. Er werd nog lang over nagepraat en gegist wie de vlag daar nou toch kon hebben aangebracht.Wat met de vlag gebeurd is weet ik niet, wel dat hij steeds weer terugkeerde in de verhalen over die tijd.

Wim Jilleba
Dordrecht